HET 20 MINUTEN BOEKJE


EEN TERUGBLIK OP DE EERSTE 50 LESSEN
VAN EEN CURSUS IN WONDEREN







Dit is een bewezen directe methode voor het herstellen van de
communicatie met de Creatieve Bron van alles wat bestaat, ooit kan,
of zal bestaan. Het is een uitnodiging tot een onmiddelijk contact met de
enkelvoudige Kracht van Eeuwig Leven die jou overal omgeeft. Onthoud
dat jij nooit werkelijk afgescheiden bent geweest van deze totaliteit van alles
wat bestaat. Onthoud dat er nooit iets is geweest om bang voor te zijn.




Niets wat ik zie betekent iets.
De reden waarom dit zo is, is dat ik niets zie en niets heeft geen betekenis.
Het is noodzakelijk dat ik dit erken, opdat ik mag leren zien. Wat ik nu denk
te zien neemt de plaats van visie in. Ik moet dit laten gaan door te beseffen
dat het geen betekenis heeft, zodat visie haar plaats mag innemen.

Ik heb wat ik zie alle betekenis gegeven die het voor mij heeft.
Ik heb alles waar ik naar kijk beoordeeld en het is dit en slechts dit wat ik zie.
Dit is niet visie. Het is slechts een illusie van werkelijkheid omdat mijn oordelen
volledig buiten de werkelijkheid om zijn gemaakt. Ik ben bereid het gebrek aan
deugdelijkheid van mijn oordelen in te zien, omdat ik wil zien. Mijn oordelen
hebben mij pijn gedaan en ik wil niet overeenkomstig hen zien.

Ik begrijp niets van wat ik zie.
Hoe zou ik kunnen begrijpen wat ik zie wanneer ik het verkeerd heb
beoordeeld? Wat ik zie is de projectie van mijn eigen gedachtenfouten. Ik
begrijp niet wat ik zie omdat het niet te begrijpen is. Het heeft geen zin om
te proberen het te begrijpen. Er is daarentegen alle reden het te laten gaan en
plaats te maken voor wat kan worden gezien, begrepen en bemind. Ik kan
wat ik nu zie hiervoor inwisselen, simpelweg door bereid te zijn dit te doen.
Is dit niet een betere keuze dan degene die ik voorheen heb gemaakt?

Deze gedachten hebben geen enkele betekenis.
De gedachten waarvan ik mij bewust ben hebben geen enkele betekenis
omdat ik zonder God probeer te denken. Wat ik "mijn" gedachten noem, zijn
niet mijn werkelijke gedachten. Mijn werkelijke gedachten zijn de gedachten die
ik met God denk. Ik ben mij niet van hen bewust, omdat ik mijn gedachten heb
gemaakt om hun plaats in te nemen. Ik ben bereid in te zien dat mijn gedachten
geen enkele betekenis hebben en hen te laten gaan. Ik kies ervoor hen te laten
vervangen door wat zij bedoeld waren te vervangen. Mijn gedachten zijn zonder
betekenis, maar alle schepping ligt in de gedachten die ik met God denk.

Ik ben nooit van streek om de reden die ik denk.
Ik ben nooit van streek om de reden die ik denk, omdat ik voortdurend
probeer mijn gedachten te rechtvaardigen. Ik probeer ze voortdurend waar
te maken. Ik maak alles tot mijn vijand, zodat mijn woede gewettigd is en mijn
aanvallen gerechtvaardigd. Ik heb mij niet gerealiseerd hoezeer ik alles wat
ik zie heb misbruikt door het deze rol toe te kennen. Ik heb dit gedaan
om een gedachtensysteem te verdedigen dat mij pijn heeft gedaan
en dat ik niet langer wil. Ik ben bereid het te laten gaan.

Ik ben van streek omdat ik zie wat er niet is.
De werkelijkheid is nooit beangstigend. Het is onmogelijk dat ze mij van
streek kan maken. De werkelijkheid brengt slechts volmaakte vrede. Wan-
neer ik van streek ben, is het altijd omdat ik de werkelijkheid heb vervangen
met illusies die ik heb verzonnen. De illusies zijn van streek makend, omdat
ik hen werkelijkheid heb gegeven en dus de werkelijkheid als een illusie heb
beschouwd. Niets in Gods schepping is op enigerlei wijze beïnvloed
door deze verwarring van mij . Ik ben altijd van streek om niets.

Ik zie alleen het verleden.
Terwijl ik om mij heen kijk veroordeel ik de wereld die ik aanschouw.
Ik noem dit zien. Ik houd het verleden tegen alles en iedereen, hen tot mijn
vijanden makend. Wanneer ik mezelf heb vergeven en mij heb herinnerd Wie
ik ben, zal ik iedereen en alles wat ik zie zegenen. Er zal geen verleden
zijn en daarom geen vijanden. En ik zal met liefde kijken naar
alles wat ik voorheen faalde te zien.

Mijn geest wordt door gedachten uit het verleden in beslag genomen.
Ik zie alleen mijn eigen gedachten en mijn geest wordt door het verleden
in beslag genomen. Wat dan, kan ik zien zoals het is? Laat mij onthouden
dat ik naar het verleden kijk om te voorkomen dat het heden in mijn denken
begint te dagen. Laat mij begrijpen dat ik tijd tegen God probeer te
gebruiken. Laat mij leren het verleden weg te geven, en beseffen
dat ik door zo te handelen niets opgeef.

Ik zie niets zoals het nu is.
Als ik niets zie zoals het nu is, kan er waarlijk worden gezegd
dat ik niets zie. Ik kan alleen zien wat nu is. De keuze is niet het verleden
of het heden te zien; de keuze is louter al of niet te zien. Wat ik heb gekozen
te zien, heeft mij visie gekost. Nu wil ik opnieuw kiezen, opdat ik mag zien.

Mijn gedachten hebben geen enkele betekenis.
Ik heb geen privé gedachten. Toch zijn het alleen privé gedachten
waarvan ik mij bewust ben. Wat kunnen deze gedachten betekenen?
Zij bestaan niet en daarom betekenen zij niets. Toch is mijn geest deel
van de schepping en deel van zijn Schepper. Zou ik mij niet liever met het
denken van het universum verenigen, dan alles wat werkelijk van mij is te
verduisteren met mijn armzalige en betekenisloze "privé" gedachten?

Mijn betekenisloze gedachten laten mij een betekenisloze wereld zien.
Daar de gedachten waarvan ik mij bewust ben niets betekenen, kan de
wereld die hen verbeeld geen betekenis hebben. Dat wat de voortbrenger
is van deze wereld, is krankzinnig en eveneens dat wat het voortbrengt. De
werkelijkheid is niet krankzinnig en ik heb werkelijke gedachten zowel
als krankzinnige. Ik kan daarom een werkelijke wereld zien, als ik
naar mijn werkelijke gedachten kijk als mijn gids om te zien.

Ik ben van streek omdat ik een betekenisloze wereld zie.
Krankzinnige gedachten zijn van streek makend. Zij brengen een wereld
voort waarin nergens orde is. Slechts chaos regeert een wereld die chaotisch
denken vertegenwoordigt en chaos kent geen wetten. Ik kan niet in vrede
in zo'n wereld leven. Ik ben dankbaar dat deze wereld niet werkelijk is en
dat ik haar helemaal niet hoef te zien tenzij ik ervoor kies haar waarde
te geven. En ik kies er niet voor waarde te geven aan wat totaal
krankzinnig is en geen betekenis heeft.

Een betekenisloze wereld veroorzaakt angst.
Het totaal krankzinnige veroorzaakt angst omdat het volledig
onbetrouwbaar is en geen basis voor vertrouwen biedt. Niets in waanzin
is betrouwbaar. Het biedt geen veiligheid en geen hoop. Maar zo'n wereld
is niet werkelijk. Ik heb haar de illusie van werkelijkheid gegeven en heb
onder mijn geloof daarin geleden. Nu kies ik ervoor om dit geloof in te
trekken en mijn vertrouwen in de werkelijkheid te plaatsen. Door
hiervoor te kiezen zal ik aan alle gevolgen van de wereld van
angst ontsnappen, omdat ik erken dat zij niet bestaat.

God heeft geen betekenisloze wereld geschapen.
Hoe kan een betekenisloze wereld bestaan als God deze niet heeft ge-
schapen? Hij is de bron van alle betekenis en alles wat werkelijk is, is in Zijn
Geest. Het is eveneens in mijn geest, omdat Hij het met mij heeft geschapen. Waar
om zou ik blijven lijden onder de gevolgen van mijn eigen krankzinnige gedachten,
wanneer de volmaaktheid van de schepping mijn thuis is? Laat mij de kracht
van mijn beslissing herinneren en herkennen waar ik werkelijk verblijf.

Mijn gedachten zijn beelden die ik heb gemaakt.
Wat ik ook zie reflecteert mijn gedachten. Het zijn mijn gedachten die mij
vertellen waar ik ben en wat ik ben. Het feit dat ik een wereld zie waarin lijden,
verlies en dood zijn, toont mij dat ik alleen maar de afbeelding van mijn krankzin-
nige gedachten zie en niet toesta dat mijn werkelijke gedachten hun weldadig licht
werpen op wat ik zie. Toch is Gods weg zeker. De beelden die ik heb gemaakt
kunnen niet tegen Hem zegevieren, daar het niet mijn wil is dat zij dat doen.
Mijn wil is de Zijne en ik zal geen andere goden voor Hem plaatsen.

Ik heb geen neutrale gedachten.
Neutrale gedachten zijn onmogelijk, omdat alle gedachten vermogen hebben.
Zij zullen ofwel een valse wereld maken, ofwel mij naar de werkelijke wereld leiden.
Maar gedachten kunnen niet zonder gevolgen zijn. Zoals de wereld die ik zie uit mijn
denkfouten verrijst, zo zal de werkelijke wereld voor mijn ogen verrijzen wanneer ik
mijn fouten laat corrigeren. Mijn gedachten kunnen niet noch waar noch vals zijn.
Zij moeten het één of het ander zijn. Wat ik zie toont mij welke zij zijn.

Ik zie geen neutrale dingen.
Wat ik zie getuigt van wat ik denk. Als ik niet dacht, zou ik niet bestaan, omdat
leven gedachte is. Laat mij de wereld die ik zie beschouwen als de weergave van
mijn eigen geestestoestand. Ik weet dat mijn geestestoestand kan veranderen. En
daarom weet ik tevens dat de wereld die ik zie eveneens kan veranderen.

Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn zien.
Als ik geen privé gedachten heb, kan ik geen privé wereld zien. Zelfs het absurde
idee van scheiding moest gedeeld worden, voordat het de basis kon vormen van
de wereld die ik zie. Toch was dat delen een delen van niets. Ik kan ook een beroep
doen op mijn werkelijke gedachten, die alles met iedereen delen. Zoals mijn gedachten
van scheiding de scheidingsgedachten van anderen oproepen, zo wekken mijn wer-
kelijke gedachten de werkelijke gedachten in hen op. En de wereld die mijn
werkelijke gedachten mij tonen zal zowel in hen, als in mijn blikveld dagen.

Ik ben niet alleen in het ervaren van de gevolgen van mijn gedachten.
Ik ben in niets alleen. Alles wat ik denk, zeg, of doe onderwijst heel het uni-
versum. Een Zoon van God kan niet vruchteloos denken, spreken of handelen.
Hij kan in niets alleen zijn. Het is daarom in mijn vermogen om ieders geest
samen met de mijne te veranderen, want het vermogen van God is aan mij.

Ik ben vastbesloten te zien.
De gedeelde natuur van mijn gedachten herkennend, ben ik vastbesloten
te zien. Ik zal de getuigen aanschouwen die mij tonen dat het denken van de
wereld is veranderd. Ik zal het bewijs aanschouwen dat wat door mij heen werd
gedaan, liefde in staat heeft gesteld angst te vervangen, lachen om huilen te vervangen
en overvloed om verlies te vervangen. Ik zal de werkelijke wereld aanschouwen
en haar mij laten onderwijzen dat mijn wil en de Wil van God één zijn.

Ik ben vastbesloten om dingen anders te zien.
Wat ik nu zie zijn slechts tekenen van ziekte, onheil en dood. Dit kan
niet zijn wat God voor Zijn welbeminde Zoon heeft geschapen. Juist het feit
dat ik zulke dingen zie, is het bewijs dat ik God niet begrijp. Daarom begrijp
ik ook Zijn Zoon niet. Wat ik zie vertelt mij dat ik niet weet wie ik ben. Ik
ben vastbesloten de getuigenissen tot de waarheid in mij te zien, eerder
dan de getuigenissen die mij een illusie van mijzelf tonen.

Wat ik zie is een vorm van wraak.
De wereld die ik zie, is nauwelijks de weergave van liefdevolle
gedachten. Het is een beeld van aanval op alles, door alles. Het is alles
behalve een weerspiegeling van de Liefde van God en de liefde van Zijn
Zoon. Het zijn mijn eigen aanvalsgedachten die dit beeld doen verrijzen.
Mijn liefdevolle gedachten zullen mij verlossen van deze waarneming
van de wereld en mij de vrede geven die God voor mij heeft bestemd.

Ik kan aan deze wereld ontsnappen door aanvalsgedachten op te geven.
Hierin ligt verlossing en nergens anders. Zonder aanvalsgedachten zou ik
geen wereld van aanval kunnen zien. Gelijk vergeving toestaat dat liefde in
mijn bewustzijn terug keert, zal ik een wereld van vrede, veiligheid en vreugde
zien. En het is dit wat ik verkies te zien, in plaats van wat ik nu aanschouw.

Ik neem niet mijn eigen beste belangen waar.
Hoe zou ik mijn eigen beste belangen kunnen herkennen, wanneer
ik niet weet wie ik ben? Wat ik denk dat mijn beste belangen zijn, zou
mij alleen maar meer aan de wereld van illusies binden. Ik ben bereid de
Gids te volgen die God mij gegeven heeft om uit te vinden wat mijn eigen
beste belangen zijn, inziend dat ik hen zelf niet kan waarnemen.

Ik weet niet waar iets toe dient.
Voor mij is het doel van alles te bewijzen dat mijn illusies over mijzelf wer-
kelijk zijn. Het is voor dit doel dat ik alles en iedereen probeer te gebruiken.
Het is hiervoor dat ik geloof dat de wereld dient. Daarom herken ik niet haar
werkelijke doel. Het doel dat ik aan de wereld heb gegeven heeft tot een
beangstigend beeld ervan geleid. Laat mij mijn geest openen voor het
werkelijke doel van de wereld, door het doel dat ik eraan heb
gegeven terug te nemen en de waarheid over haar te leren.

Mijn aanvalsgedachten vallen mijn onkwetsbaarheid aan.
Hoe kan ik weten wie ik ben wanneer ik mijzelf als onder voortdurende
aanval zie? Pijn, ziekte, verlies, ouderdom en dood schijnen mij te bedreigen.
Al mijn hopen, wensen en plannen lijken overgeleverd te zijn aan de genade van
een wereld die ik niet kan beheersen. Toch zijn volmaakte veiligheid en volkomen
vervulling mijn erfenis. Ik heb getracht mijn erfenis weg te geven in ruil voor de
wereld die ik zie. Maar God heeft mijn erfenis veilig voor mij bewaard.
Mijn eigen werkelijke gedachten zullen mij leren wat het is.

Voor alles wil ik zien.
Inziend, dat wat ik zie reflecteert wat ik denk dat ik ben, besef ik dat
visie mijn grootste behoefte is. De wereld die ik zie getuigt van de angstige
natuur van het zelfbeeld dat ik heb gemaakt. Als ik mij wil herinneren wie ik ben,
is het essentieel dat ik dit beeld van mezelf laat gaan. Gelijk het door waarheid
is vervangen, zal visie mij zeker worden gegeven. En met deze visie
zal ik de wereld en mezelf met barmhartigheid en liefde bezien.

Voor alles wil ik anders zien.
De wereld die ik zie houdt mijn angstige zelfbeeld in stand en
verzekert haar continuïteit. Terwijl ik de wereld zie zoals ik haar nu zie,
kan de waarheid mijn bewustzijn niet binnentreden. Ik zal de deur achter
deze wereld voor mij laten openen, zodat ik eraan voorbij mag zien
naar de wereld die de Liefde van God weerspiegelt.

God is in alles wat ik zie.
Achter elk beeld dat ik heb gemaakt, blijft de waarheid onveranderd.
Achter elke sluier die ik over het gelaat van liefde heb getrokken, blijft haar
licht ongedimd. Voorbij al mijn krankzinnige wensen is mijn wil, verenigd met
de Wil van mijn Vader. God is nog steeds overal en in alles voor altijd. En
wij die deel van Hem zijn, zullen alsnog voorbij alle verschijningen
kijken en de waarheid achter hen allen herkennen.

God is in alles wat ik zie, want God is in mijn geest.
In mijn eigen geest, achter al mijn krankzinnige gedachten van scheiding
en aanval, is de kennis dat alles voor altijd één is. Ik heb de kennis van Wie
ik ben niet verloren, omdat ik haar ben vergeten. Zij is voor mij bewaard
in de Geest van God, Die Zijn Gedachten niet heeft verlaten. En ik,
die onder hen ben, ben één met hen en één met Hem.

Ik ben niet het slachtoffer van de wereld die ik zie.
Hoe kan ik het slachtoffer van een wereld zijn die geheel ongedaan
kan worden gemaakt als ik zodanig kies? Mijn ketenen zijn losgemaakt.
Ik kan hen weg laten vallen, louter door dat te wensen. De gevangenisdeur
is open. Ik kan weggaan door er simpelweg uit te lopen. Niets houdt mij in
deze wereld. Alleen mijn wens om te blijven houdt mij gevangen. Ik wil
mijn krankzinnige wensen opgeven en eindelijk het zonlicht inlopen.

Ik heb de wereld die ik zie bedacht.
Ik heb de gevangenis verzonnen waarin ik mezelf zie. Ik hoef dit slechts
in te zien en ik ben vrij. Ik heb mezelf misleid in het geloof dat het mogelijk
is de Zoon van God gevangen te zetten. Ik heb mij pijnlijk vergist in dit geloof,
dat ik niet langer wil. De Zoon van God moet voor altijd vrij zijn. Hij is zoals
God hem heeft geschapen en niet wat ik van hem wil maken. Hij is waar
God wil dat hij is en niet waar ik dacht hem gevangen te houden.

Er is een andere manier van naar de wereld kijken.
Daar het doel van de wereld niet hetgene is dat ik aan haar heb toegeschreven,
moet er een andere manier van naar haar te kijken zijn. Ik zie alles ondersteboven
en mijn gedachten zijn het tegenovergestelde van de waarheid. Ik zie de wereld als een
gevangenis voor Gods Zoon. Het moet zo zijn dan dat de wereld in werkelijkheid
een plaats is waar hij in vrijheid kan worden gesteld. Ik wil de wereld zien zoals
zij is en haar zien als een plaats waar de Zoon van God zijn vrijheid vindt.

Ik zou vrede kunnen zien in plaats hiervan.

Wanneer ik de wereld zie als een plaats van vrijheid, besef ik
dat zij de wetten van God reflecteert, in plaats van de regels die ik
voor haar heb bedacht om te gehoorzamen. Ik zal begrijpen dat vrede,
niet oorlog, erin verblijft. En ik zal waarnemen dat vrede eveneens
verblijft in de harten van allen die deze plaats met mij delen.

Mijn geest is deel van Gods. Ik ben zeer heilig.
Wanneer ik de vrede van de wereld met mijn broeders deel, begin
ik te begrijpen dat deze vrede diep van diep in mijzelf komt. De wereld
die ik aanschouw heeft het licht van mijn vergeving aangenomen en straalt
vergeving naar mij terug. In dit licht begin ik te zien wat mijn illusies over
mijzelf verborgen hebben gehouden. Ik begin de heiligheid te begrijpen
van al wat leeft, mijzelf inbegrepen en hun eenheid met mij.

Mijn heiligheid omvat alles wat ik zie.
Van mijn heiligheid komt de waarneming van de werkelijke wereld. Nu
ik heb vergeven, zie ik mijzelf niet langer als schuldig. Ik kan de onschuld,
die de waarheid omtrent mij is, aanvaarden. Gezien door begrijpende
ogen is de heiligheid van de wereld alles wat ik zie, want ik kan
alleen de gedachten afbeelden die ik over mijzelf heb.

Mijn heiligheid zegent de wereld.
De waarneming van mijn heiligheid zegent niet alleen mij. Iedereen
en alles wat ik in haar licht zie, deelt in de vreugde die zij mij brengt. Er
is niets wat los staat van deze vreugde, want er is niets wat niet in mijn
heiligheid deelt. Zoals ik mijn heiligheid herken, zo straalt de heiligheid
van de wereld voort, om door iedereen gezien te worden.

Er is niets wat mijn heiligheid niet kan doen.
Mijn heiligheid is onbegrensd in haar kracht om te helen, omdat zij
onbegrensd is in haar kracht om te verlossen. Wat is er om van verlost te
worden, behalve illusies? En wat zijn alle illusies behalve valse ideeën over
mijzelf? Mijn heiligheid maakt hun allen ongedaan door de waarheid
over mijzelf te verklaren. In de aanwezigheid van mijn heiligheid,
die ik met God Zelf deel, verdwijnen alle idolen.

Mijn heiligheid is mijn verlossing.
Daar mijn heiligheid mij van alle schuld verlost, is het herkennen van
mijn heiligheid het herkennen van mijn verlossing. Het is tevens het herkennen
van de verlossing van de wereld. Wanneer ik eenmaal mijn heiligheid heb aanvaard,
kan niets mij bang maken. En omdat ik niet bang ben, moet iedereen in mijn
begrip delen, wat het geschenk van God is aan mij en aan de wereld.

Ik ben gezegend als een Zoon van God.
Hierin ligt mijn aanspraak op al het goede en alleen het goede. Ik ben
gezegend als een Zoon van God. Al het goede is van mij, omdat God dit voor
mij heeft bedoeld. Ik kan geen verlies, ontbering of pijn lijden vanwege Wie ik
ben. Mijn Vader steunt mij, beschermt mij en leidt mij in alles. Zijn zorg voor mij
is oneindig en is voor altijd bij mij. Ik ben voor eeuwig gezegend als Zijn Zoon.

God gaat met mij, waar ik ook ga.
Hoe kan ik alleen zijn, wanneer God altijd met mij gaat? Hoe kan ik vol twijfel zijn
en onzeker over mezelf, wanneer volmaakte zekerheid in Hem verblijft? Hoe kan
ik door iets worden verstoord, wanneer Hij in absolute vrede in mij rust? Hoe kan
ik lijden, wanneer liefde en vreugde mij door Hem omringen? Laat mij geen illusies
over mezelf koesteren. Ik ben volmaakt, omdat God met mij gaat, waar ik ook ga.

God is mijn Kracht. Visie is Zijn Geschenk.
Laat mij vandaag niet op mijn eigen ogen vertrouwen om te zien. Laat mij
bereid zijn om mijn meelijwekkende illusie van zien te verruilen voor de visie
die door God is gegeven. De visie van Christus is Zijn geschenk en Hij heeft
deze aan mij gegeven. Laat mij vandaag een beroep op dit geschenk doen,
zodat deze dag mij mag helpen eeuwigheid te begrijpen.

God is mijn Bron. Los van Hem kan ik niet zien.
Ik kan zien wat God wil dat ik zie. Ik kan niets anders zien. Voorbij Zijn
Wil liggen enkel illusies. Het zijn deze die ik kies wanneer ik denk dat ik los
van Hem kan zien. Het zijn deze die ik kies wanneer ik door de ogen van het
lichaam probeer te zien. Nochtans is de visie van Christus mij gegeven
om die te vervangen. Het is door deze visie dat ik verkies te zien.

God is het licht waarin ik zie.
Ik kan niet zien in het duister. God is het enige licht. Daarom, als het
de bedoeling is dat ik zie, moet het door Hem zijn. Ik heb geprobeerd
te bepalen wat zien is en ik heb het mis gehad. Nu is het mij gegeven
te begrijpen, dat God het Licht is waarin ik zie. Laat mij visie
verwelkomen en de gelukkige wereld die zij mij zal tonen.

God is de Geest waarmee ik denk.
Ik heb geen gedachten die ik niet met God deel. Ik heb geen gedachten
los van Hem, omdat ik geen geest los van Hem heb. Als deel van Zijn
Geest zijn mijn gedachten de Zijne en Zijn gedachten de mijne.

God is de Liefde waarin ik vergeef.
God vergeeft niet omdat Hij nooit heeft veroordeeld. De schuldelozen
kunnen niet beschuldigen en zij die hun onschuld hebben aanvaard, zien niets
om te vergeven. Toch is vergeving het middel waardoor ik mijn onschuld zal
herkennen. Het is de reflectie van Gods Liefde op aarde. Het zal mij dicht
genoeg naar de Hemel brengen, zodat de Liefde van God naar mij neer
kan reiken en mij naar Hem op kan heffen.

God is de Kracht waarin ik vertrouw.
Het is niet mijn eigen vermogen waardoor ik vergeef. Het is door de kracht
van God in mij, die ik mij herinner wanneer ik vergeef. Terwijl ik begin te zien,
herken ik Zijn weerspiegeling op aarde. Ik vergeef alles, omdat ik de beroering
van Zijn kracht in mij voel. En ik begin mij de Liefde te herinneren die
ik verkoos te vergeten, maar Die mij niet heeft vergeten.

Er is niets te vrezen.
Hoe veilig zal de wereld er voor mij uitzien wanneer ik haar kan zien!
Zij zal in het geheel niet lijken op wat ik mij nu verbeeld te zien. Iedereen
en alles wat ik zie, zal zich naar mij toe buigen om mij te zegenen. Ik zal in
iedereen mijn dierbaarste Vriend herkennen. Wat valt er te vrezen in
een wereld die ik heb vergeven en die mij heeft vergeven?

Gods Stem spreekt de hele dag door tot mij.
Er is geen moment waarin Gods Stem ophoudt een beroep op mijn
vergeving te doen om mij te verlossen. Er is geen moment waarin Zijn Stem
in gebreke blijft om mijn gedachten te richten, mijn handelingen te sturen
en mijn voeten te leiden. Ik wandel standvastig naar de waarheid toe.
Ik kan nergens anders heen, omdat Gods stem de enige stem
en de enige gids is die aan Zijn Zoon is gegeven.

Ik word door de Liefde van God onderhouden.

Terwijl ik naar Gods Stem luister, word ik door Zijn Liefde onderhouden.
Terwijl ik mijn ogen open, verlicht Zijn Liefde de wereld zodat ik haar kan zien.
Gelijk ik vergeef herinnert Zijn Liefde mij dat Zijn Zoon zonder zonde is.
En terwijl ik de wereld aanschouw met de visie die Hij mij heeft
gegeven, herinner ik mij dat ik Zijn Zoon ben.







Dit is een weergave van een directe dictatie van Jezus Christus.
Deze weegave is naderhand in aangepaste vorm gepubliceerd
als Terugblik 1 in het werkboek van Een Cursus In Wonderen.




Klik hier voor het bestellen van deze en/of
enige andere publikaties: Het publicatieoverzicht




TERUG NAAR DE INDEX