Ik ben van streek omdat ik een betekenisloze wereld zie
Les 12 uit het werkboek van een cursus in wonderen
Het belang van dit idee ligt in het feit dat het een correctie voor een grote waarnemende vervorming bevat. Jij denkt dat wat jou van streek maakt een angstaanjagende wereld is, of een treurige wereld, of een gewelddadige wereld, of een waanzinnige wereld. Al deze eigenschappen zijn haar door jou gegeven. De wereld is betekenisloos in zichzelf.
Deze oefeningen worden met open ogen gedaan. Kijk om je heen, deze keer nogal langzaam. Tracht jezelf een tred te geven, zodat het langzame veranderen van jouw blik van één ding naar een ander een relatief gelijkmatige tijdsinterval betrekt. Sta de tijd van de verandering niet toe beduidend langer of korter te worden, maar probeer in plaats daarvan steeds een afgemeten, gelijkmatig tempo aan te houden. Wat jij ziet doet er niet toe. Jij onderwijst jezelf dit wanneer jij alles waar jouw blik op rust gelijke aandacht en tijd geeft. Dit is een beginnende stap in het leren hun allen gelijke waarde te geven.
Zeg tegen jezelf, terwijl jij om je heen kijkt:
Ik denk dat ik een angstige wereld zie, een gevaarlijke wereld, een vijandige wereld, een treurige wereld, een verdorven wereld, een krankzinnige wereld,
enzovoort, gebruik makend van welke beschrijvende term er ook maar bij jou opkomt. Als er termen die positief dan eerder negatief lijken in jou opkomen, includeer die dan. Jij kunt denken aan, bijvoorbeeld, 'een goede wereld' of 'een bevredigende wereld'. Als zulke termen bij jou opkomen, gebruik hun dan samen met de rest. Jij begrijpt misschien nog niet waarom deze 'aardige' bijvoeglijke naamwoorden in deze oefeningen thuishoren, maar onthoud dat een 'goede wereld' een 'slechte' impliceert en een 'bevredigende wereld' een 'onbevredigende' impliceert. Alle termen die door jouw geest kruisen zijn geschikte onderwerpen voor de oefeningen van vandaag. Hun ogenschijnlijke kwaliteit doet er niet toe.
Wees er zeker van dat jij de tijdsinterval niet wijzigt in de toepassing van het idee van vandaag op wat jij denkt dat plezierig is en wat jij onplezierig denkt. Voor het doel van deze oefeningen is er geen verschil tussen hun. Voeg aan het eind van de oefenperiode toe:
Maar ik ben van streek, omdat ik een betekenisloze wereld zie.
Wat betekenisloos is, is noch goed noch slecht. Waarom dan, zou een betekenisloze wereld jou van streek maken? Als jij de wereld als betekenisloos zou kunnen accepteren en de waarheid er voor jou op laten schrijven, zou dit jou onbeschrijfelijk gelukkig maken. Maar omdat zij betekenisloos is, ben jij bewogen erop te schrijven wat jij zou willen dat zij is. Het is dit wat jij erin ziet. Het is dit wat in werkelijkheid betekenisloos is. Onder jouw woorden staat het Woord van God geschreven. De waarheid maakt jou nu van streek, maar wanneer jouw woorden zijn uitgewist, zul jij de Zijne zien. Dat is het ultieme doel van deze oefeningen.
Drie of vier keer is genoeg om het idee van vandaag te oefenen. Noch zouden de oefenperioden een minuut moeten overschrijden. Jij kunt zelfs dit te lang vinden. Beëindig de oefeningen wanneer jij een gevoel van spanning ervaart.












