
Aan het lichaam voorbij
Er is niets buiten jou. Dat is wat jij uiteindelijk moet leren, want het is het besef dat het Koninkrijk der Hemelen aan jou hersteld is. Want God schiep alleen dit en Hij is er niet van weggegaan, noch het gescheiden van Hemzelf gelaten. Het Koninkrijk der Hemelen is de verblijfplaats van de Zoon van God, die zijn Vader niet heeft verlaten, en niet los van Hem verblijft. De Hemel is geen plaats, noch een toestand. Het is louter een bewustzijn van volmaakte Eenheid, en de kennis dat er niets anders is. Niets buiten deze Eenheid en niets anders daarbinnen.
Wat zou God kunnen geven behalve kennis van Zichzelf? Wat anders is er te geven? Het geloof dat jij zou kunnen geven en iets anders krijgen, iets buiten jouzelf, heeft jou het gewaarzijn gekost van de Hemel en het verlies van de kennis van jouw identiteit. En jij hebt iets vreemders gedaan dan jij vooralsnog beseft. Jij hebt jouw schuld naar jouw lichaam verschoven uit jouw geest. Toch kan een lichaam niet schuldig zijn, want uit zichzelf kan het niets doen. Jij die denkt jouw lichaam te haten, misleidt jezelf. Jij haat jouw geest, want schuld is in binnengetreden, en hij wil gescheiden blijven, wat hij niet kan.
Geesten zijn verenigt: lichamen niet. Alleen door aan de geest de eigenschappen van het lichaam toe te schrijven, lijkt scheiding mogelijk. En het is de geest die gefragmenteerd lijkt te zijn, privé en alleen. Zijn schuld, die hem gescheiden houdt, is op het lichaam geprojecteerd, wat lijdt en sterft, omdat het is aangevallen om de scheiding in de geest te houden en hem niet zijn eenheid te laten kennen. De geest kan niet aanvallen, maar hij kan fantasieën maken en het lichaam aangeven die uit te spelen. Maar het is nooit wat het lichaam doet dat lijkt te voldoen. Tenzij de geest gelooft dat het lichaam feitelijk zijn fantasieën uitspeeld, zal hij het lichaam aanvallen door de projectie van zijn schuld erop te doen toenemen.
Hierin is de geest onmiskenbaar in waan. Hij kan niet aanvallen, maar houdt vol dat hij dat kan en gebruikt wat hij doet, om het lichaam te kwetsen, om te bewijzen dat hij het kan. De geest kan niet aanvallen, maar hij kan zichzelf misleiden. En dit is alles wat hij doet, wanneer hij gelooft dat hij het lichaam heeft aangevallen, hij kan zijn schuld projecteren, maar hij zal die door projectie niet kwijtraken. En hoewel hij duidelijk de functie van het lichaam kan miswaarnemen, hij kan niet zijn functie veranderen van wat de Heilige Geest heeft gesteld dat het is. Het lichaam werd niet door liefde gemaakt. Maar liefde veroordeelt het niet en kan het liefdevol gebruiken, respecterend wat de Zoon van God heeft gemaakt en het gebruikend om hem van illusies te verlossen.
Zou jij de werktuigen van de scheiding niet geherinterpreteerd willen zien als middelen voor verlossing en gebruikt voor doeleinden van liefde? Zou jij de verschuiving van fantasieën van wraak, naar bevrijding van hun, niet verwelkomen en ondersteunen? Jouw waarneming van het lichaam kan duidelijk ziek zijn, maar projecteer dit niet op het lichaam. Want jouw wens om vernietigend te maken wat niet kan vernietigen, kan in het geheel geen werkelijke gevolgen hebben. En wat God heeft geschapen, is alleen wat Hij wil dat is, Zijn Wil zijnde.
Jij kunt Zijn Wil niet vernietigend maken. Jij kunt fantasieën maken, waarin jouw wil met de Zijne strijd, maar dat is alles. Het is waanzin het lichaam als de zondebok voor schuld te gebruiken: zijn aanval leidend en het verwijten voor wat jij wenste dat het deed. Het is onmogelijk om fantasieën uit te spelen. Want het zijn nog steeds de fantasieën die jij wilt en die hebben niets te maken met wat het lichaam doet. Het droomt niet van hen, en zij maken het slechts een aansprakelijkheid waar het een voordeel zou kunnen zijn. Want fantasieën hebben jouw lichaam jouw "vijand" gemaakt: zwak, kwetsbaar en verraderlijk en de haat "waardig" die jij erin investeert.
Hoe heeft dit jou gediend? Jij hebt je geïdentificeert met dit ding dat jij haat, het instrument van wraak en de waargenomen bron van jouw schuld. Jij hebt dit gedaan tot een ding dat geen betekenis heeft, het tot verblijfplaats van Gods Zoon uitgeroepend en het tegen hem kerend. Dit is de gastheer van God zoals jij die hebt gemaakt. En noch God, noch Zijn meest heilige Zoon kunnen een verblijf betreden die haat koesterd en waar jij de zaden van wraak, geweld en dood hebt gezaaid.
Dit ding dat jij hebt gemaakt om jouw schuld te dienen, staat tussen jou en andere geesten in. De geesten zijn verbonden, maar jij identificeert je niet met hun. Jij ziet jezelf als opgesloten in een afzonderlijke gevangenis, afgelegen en onbereikbaar, onmachtig om naar buiten te reiken zowel als bereikt te worden. Jij haat de gevangenis die jij hebt gemaakt en zou die willen vernietigen. Toch zou jij er niet aan willen ontsnappen, het ongedeerd, zonder jouw schuld erop, achterlatend. Maar alleen zo kun jij ontsnappen. Het thuis van wraak is niet het jouwe. De plek die jij reserveert om jouw haat te huisvesten is niet een gevangenis, maar een illusie van jezelf.
Het lichaam is een beperking, opgelegd aan de universele communicatie die een eeuwige eigenschap van de geest is. Maar de communicatie is innerlijk. Geest reikt naar zichzelf. Hij is niet opgemaakt uit verschillende delen welke elkander bereiken. Hij gaat niet naar buiten. Binnen zichzelf heeft hij geen grenzen en er is niets buiten hem. Hij omvat alles. Hij omvat jou volledig: jij binnen hem en hij binnen jou. Er is niets anders, ergens of ooit. Het lichaam is buiten jou en lijkt jou te omgeven, jou van anderen afsluitend, jou van anderen uitgesloten houdend en hen van jou.
Het is er niet. Er is geen barrière tussen God en Zijn Zoon, noch kan Zijn Zoon van zichzelf gescheiden zijn, behalve in illusie. Dit is niet zijn werkelijkheid, hoewel hij gelooft dat het is. Toch zou dit alleen zo kunnen zijn als God het mis had. God zou anders hebben moeten scheppen en Zichzelf van Zijn Zoon gescheiden moeten hebben, om dit mogelijk te maken. Hij zou andere dingen hebben moeten scheppen en verschillende orden van werkelijkheid moeten vestigen, waarvan er maar enkele liefde waren. Toch moet liefde voor eeuwig zoals zichzelf zijn, eeuwig onveranderlijk en voor eeuwig zonder alternatief. En zo is het.
Jij kunt geen barrière rond jezelf opwerpen, omdat God er geen tussen Zichzelf en jou heeft geplaatst. Jouw hand kan uitstrekken en naar de Hemel reiken. Jullie, wiens handen zijn verbonden, zijn begonnen met voorbij het lichaam te reiken, maar niet buiten jezelf, om jullie gedeelde identiteit gezamelijk te bereiken. Kon dit buiten jou zijn? Waar God niet is? Is Hij een lichaam en heeft Hij jou geschapen zoals Hij niet is en waar Hij niet kan zijn? Jij wordt alleen door Hem omgeven. Welke beperkingen kunnen er op jou zijn voor die Hij omvat?
Iedereen heeft ervaren wat hij zou noemen een gevoel van voorbij hemzelf getild te zijn. Dit gevoel van bevrijding overtreft ver de droom van vrijheid die soms in speciale relaties wordt ervaren. Het is een gevoel van daadwerkelijk aan beperkingen ontsnappen. Als jij wilt overwegen wat dit "uitgetild" zijn werkelijk inhoudt, zul jij beseffen dat het een onverwacht onbewustzijn van het lichaam is en een vereniging van jezelf met iets anders waarin jouw geest zich verruimt om het te omvatten. Het wordt deel van jou terwijl jij je ermee verenigt. En beide worden heel, als geen van beide als gescheiden wordt waargenomen.
Wat werkelijkheid gebeurt is dat jij de illusie van een beperkt bewustzijn hebt opgegeven en jouw angst voor vereniging bent kwijtgeraakt. De liefde, die haar onmiddelijk vervangt, breidt zich uit tot wat jou heeft bevrijd en verenigt zich ermee. En terwijl dit duurt, ben jij niet onzeker van jouw identiteit en zou die niet beperken. Jij bent van angst naar vrede ontsnapt geen vragen aan de werkelijkheid stellend, maar haar louter accepterend. Jij hebt dit geaccepteerd in plaats van het lichaam en hebt jezelf één laten zijn met iets daaraan voorbij, simpelweg door jouw geest er niet door te laten beperken.
Dit kan plaatsvinden ongeacht de fysieke afstand die tussen jou en dat waarmee jij je verenigt lijkt te bestaan, jullie respectieve posities in ruimte en jullie verschillen in afmeting en schijnbare kwaliteit. Tijd is niet relevant; het kan plaatsvinden met iets uit het verleden, het heden, of verwacht. Het "iets" kan van alles zijn en overal: een geluid, een aanblik, een gedachte, een herinnering, zelfs een meer algemeen idee zonder specifieke referentie. Maar in elk geval verenig jij je er zonder voorbehoud mee, omdat jij het liefhebt en ermee wilt zijn. En dus snel jij het tegemoet en laat jij jouw beperkingen wegsmelten, alle "wetten" die jouw lichaam gehoorzaamt opgeschortend en hun zachtjes terzijde zettend.
Er is in het geheel geen geweld in deze ontsnapping. Het lichaam is niet aangevallen, maar louter correct waargenomen. Het beperkt jou niet, louter omdat jij dat niet zou willen. Jij bent er niet werkelijk "uitgetild": het kan jou niet bevatten. Jij gaat naar waar jij wilt zijn, een gevoel van Zelf verwervend en niet verliezend. In deze momenten van bevrijding van fysieke beperkingen ervaar jij veel van wat er in het heilig ogenblik gebeurt; het opheffen van de barrières van tijd en ruimte, de plotselinge ervaring van vrede en vreugde en boven alles het ontbreken van het bewustzijn van het lichaam en de vraag of dit alles al dan niet mogelijk is. Het is mogelijk omdat jij het wilt.
De plotselinge verruiming van het zelf dat plaatsheeft met jouw verlangen ervoor is de onweerstaanbare aantrekkingskracht die het heilig ogenblik bevat. Het roept jou aan jezelf te zijn, binnen zijn veilige omhelzing. Daar zijn de wetten van beperking voor jou opgeheven, om jou tot openheid van geest en vrijheid uit te nodigen. Kom naar dit toevluchtsoord, waar jij in vrede jezelf kunt zijn. Niet door vernietiging, niet door een "uitbreken", maar louter door een rustig versmelten. Want vrede zal zich daar met jou verenigen, simpelweg omdat jij bereid bent geweest de beperkingen te laten gaan die jij op liefde hebt gelegd en je met haar hebt verenigt waar zij is en waar zij jou heeft geleid, in antwoord op haar zachtaardige roep om in vrede te zijn.
Wat is een wonder, behalve deze herinnering? En wie is er in wie deze herinnering niet ligt? Het licht in de één ontwaakt het in allen. En wanneer jullie het in elkander zien, zul jij je het voor iedereen herinneren.